Waar steken we onze energie in?

Waar steken we onze energie in?

We werken al jaren in straten, buurten, wijken en dorpen, en met bewoners in heel Nederland, aan gemeenschapsontwikkeling en -versterking. Dat is een ambacht. Het is hard, ontzettend dankbaar en ingewikkeld werk. Het boek waarin veel inzichten over deze manier van werken staan gedeeld, heet niet voor niets ‘Altijd nieuw gedoe!’ Onderweg krijgen we veel vragen. Is het een methodiek (nee)? Is het alleen voor opbouwwerkers (nee)? Is het niet teveel een hosanna-insteek (nee)? Aan een andere vraag wijden we graag een volledig artikel. Die vraag krijgen we regelmatig vanuit gemeenten en andere opdrachtgevers: ‘Wat levert dat ABCD-community builden (of buurtverbinden) financieel eigenlijk op? Bijvoorbeeld aan kostenbesparingen in de zorg?’ In het artikel geven we een aantal antwoorden. En stellen we een paar wedervragen.

Het meest reële antwoord is dat het simpelweg niet mogelijk is de financiële opbrengst, of kostenbesparingen in de zorg, in kaart te brengen. Zoals dat ook niet lukt voor parken. Terwijl iedereen wél weet dat een park goed is voor een wijk, dorp of stad. Groen is gezond en stressverlagend, je kunt in een park recreëren, elkaar ontmoeten en er sportieve en natuureducatieve activiteiten organiseren.

Niemand stelt nog de ‘why’-vraag
Waarom kunnen we de financiële opbrengst van ABCD-community building niet exact becijferen? Omdat er duizend-en-een opbrengsten zijn die niet op één bepaald meetmoment, of in een korte periode, te meten zijn. Een verbonden gemeenschap blijft namelijk voortdurend opbrengsten genereren. Een wedervraag is: waarom zouden we dit eigenlijk willen? In de talloze trainingen, workshops en lezingen die we ieder jaar geven, vraagt niemand meer waarom het verstandig is aan gemeenschappen te bouwen. En in beleidsland weet iedereen inmiddels ook wel hoe waardevol het is dat mensen in hun buurt elkaar leren kennen en samen dingen doen. De inzet op Lief & Straten, Zorgzame gemeenschappen, Voorzorgcirkels, en rondom een thema als noodsituaties, spreekt voor zich. Die consensus vat Lucas Meijs mooi samen: “In de toekomst is niet dienstverlening bepalend voor hoe goed je leven is, maar bij welke gemeenschap je hoort.” Laten we dan ook aan die gemeenschappen bouwen! Je kunt ze namelijk niet bestellen.

Voldoende onderzoek gedaan
Een tweede antwoord: dat kunnen we niet exact becijferen, maar er zijn gelukkig al wel talloze pogingen gedaan dit te doen. Zie maatschappelijke kosten- en batenanalyses en SROI’s van onder anderen Marcel Canoy en bureau Ecorys. Deze onderzoeken laten zien dat iedere euro die je investeert wel 5 tot 8 euro oplevert. Opgeteld bij de consensus over het belang van gemeenschappen, zou dit toch afdoende moeten zijn? Wat voegt een volgend onderzoek daar nog aan toe?

Het antwoord vind je in de buurt
Een derde antwoord is een aanmoediging. Wil je ervaren wat er in een buurt gebeurt en verandert door ABCD-community building, ga dan die buurt in. Daar vind je niet het financiële antwoord. Maar praat je met mensen, dan vertellen ze je zelf wat er is gebeurd en veranderd en welke betekenis het voor henzelf, hun gemeenschap en hun buurt heeft (en heeft gehad). Dan vertellen ze je dat de sfeer er is verzacht. Dat meer mensen elkaar kennen en groeten. Dat iemand nu een contactpersoon heeft voor de personenalarmering en thuis kan blijven wonen, in plaats van in een verzorgingshuis. Dat iemand van de wachtlijst GGz af is, omdat ze haar draai in het buurthuis heeft gevonden. Dat veel mensen elkaar met praktische zaken en bij gevoelskwesties helpen. Dat ze wat voor elkaar zijn gaan doen. Dat vijf dames een zwemclubje zijn gestart en eens per week ook nog eens samen gezond koken en eten. Dat een man onder de mensen is gekomen door een koffie-initiatief en minder hulpverlening nodig heeft dan ervoor. En dat het gevoel van verlorenheid weg is. De buurt in gaan gebeurt helaas niet, of mondjesmaat. Daarom schrijven we vanuit onze ervaringen veel verhalen waarin bewoners zelf vertellen wat er is gebeurd en veranderd. Zodat je die waarde en betekenis in ieder geval kunt teruglezen.

Bewoners doen zelf onderzoek
Antwoord vier dan: er zijn wel cijfers. Want bewoners doen bijvoorbeeld met de Straatbarometer zelf onderzoek naar de ervaren staat van hun straat, ten opzichte van een jaar ervoor. Naar de mate van onderling contact en de onderlinge hulpbereidheid. Die bewonersonderzoeken laten zien dat bewoners meer contacten hebben, met meer vertrouwen kijken naar de toekomst van hun straat of buurt en dat de onderlinge hulpbereidheid is toegenomen. Daar kun je dan bestaande onderzoeken tegenaan zetten die pogen inzichtelijk te maken wat meer verbonden gemeenschappen allemaal opleveren. In termen van gemeenschapsontwikkeling is veel belangrijker dat deze vorm van onderzoek door bewoners zélf wordt gedaan. Dat levert namelijk direct een groot aantal nieuwe ontmoetingen en verbindingen op, en een goed gesprek over de buurt. Nieuwe activiteiten en actiebereidheid. En een respons van soms meer dan 90%. Lees hier maar eens!

Er zijn cijfers
Het antwoord op de vraag ‘wat levert community building financieel nu op?’ komt er in dit artikel dus niet. Wel hebben we, tot slot, nog wat eigen onderzoekscijfers. Met als disclaimer dat het niet de insteek is van gemeenschapsversterkend werken om overlast terug te dringen, zorgkosten te verminderen of de sociale basis (zoals bedoeld in beleidstermen) te versterken. In een straat konden we laten zien dat het aantal overlastmeldingen van ‘dagelijks’ terugliep naar nul in een half jaar tijd. In een andere gemeente lieten we met een analyse zien dat de overlast in een buurt met ruim 60% was teruggelopen sinds er een ABCD-aanpak startte. Professionals en ambtenaren kwamen vervolgens met allerlei tegenwerpingen. De afname kwam niet door de ABCD-aanpak, maar speelde gemeentebreed. Het kwam door corona, het was een waterbedeffect en anders had het te maken met beleid dat al jaren eerder in gang was gezet. Al deze argumenten hielden, met dank aan politiecijfers en een aantal goede gesprekken, geen stand. Wat ons raakte was wat achter de tegenwerpingen schuilging. Namelijk het ongeloof dat die overlastafname was toe te schrijven aan de inzet van een community builder die in de buurt was, daar praatjes maakte, mensen (individuen en groepjes, jong en oud) met elkaar verbond en ‘zetjes’ gaf, zodat mensen samen dingen gingen doen. Waardoor zichtbaar werd wat onzichtbaar was en krachten die er al waren versterkt werden. Dansen, oliebollen bakken, moestuinen beginnen, wijkwandelingen en foto-exposities organiseren. De community builder ontdekte, verbond en mobiliseerde wat er al was. Samen met andere wijkprofessionals en bewoners, maar zonder inhoudelijke agenda of plan van aanpak. Ze werkte onafhankelijk en zelfstandig en moedigde wijkprofessionals aan mee te doen. Ze was 80% van haar tijd in de buurt, standvastig en eigenwijs als het moest, en had wat handgeld om dingen snel voor elkaar te krijgen. In anderhalf jaar tijd daalde zo het totaal aantal overlastmeldingen met 60%, het aantal aan jeugd en jongeren gerelateerde overlastmeldingen ging zelfs naar nul.

Nog een cijfer. Twee. Twee bewoners zijn op hun deel van het hofje waar ze wonen zélf onderzoek gaan doen, met de Straatbarometer. Ze hebben bij alle huishoudens aangebeld, zich voorgesteld en afspraken voor een gesprek gemaakt. Twee bewoners op 36 huishoudens gaven in zo’n gesprek aan zich ‘wat verloren’ te voelen. Hun problemen zullen vast niet meteen opgelost zijn, maar ze voelen zich vast minder verloren nu ze weer meer contact hebben met hun buren. Want dat is wat er gebeurt als je inzet op ABCD-community building. Dan komen bewoners hun huizen uit. Eerst om samen koffie te drinken. Zo leren ze elkaars namen kennen. Ze herkennen elkaar bij het boodschappen doen en bij het buitenzetten van de kliko. Ze komen van elkaar te weten wat ze leuk en belangrijk vinden en gaan zelf, en samen, activiteiten bedenken én uitvoeren. Met ideeën aan de slag. Waarbij ze, als dat nodig is, zich altijd gesteund weten door de community builder. Zo ook op dit hofje. En de twee bewoners met de Straatbarometer? Die zijn dus zelf onderzoek gaan doen. En gaan op 19 november met hun medebewoners in gesprek over hun bevindingen. Na deze deurgesprekken zijn er overigens steeds meer bewoners aangehaakt bij de activiteiten die ze zelf organiseren op hun hofje.

Waar richten we onze energie op?
De slotvraag is dan ook: waar steek je uiteindelijk, als bestuurder, beleidmaker, uitvoerend wijkprofessional en buurtbewoner, je energie in? In blijven overtuigen? In het blijven zoeken naar dat ene magische getal dat iedereen moet overtuigen van de waarde van gemeenschappen? Of op het daadwerkelijk werken aan gemeenschapsontwikkeling en -versterking? Er is in Nederland waarschijnlijk geen wethouder, wijkregisseur of beleidsmedewerker meer die niet weet, gelooft of heeft ervaren dat gemeenschappen in zichzelf een grote waarde vertegenwoordigen. Zullen we onze energie en middelen in deze turbulente tijden dan gewoon richten op het ontwikkelen en versterken ervan?

Met dank aan Kees Fortuin en Birgit Oelkers voor het meelezen.

You Might Also Like

No Comments

    Leave a Reply

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.